Berberjongens en taalontwikkeling

Taalachterstanden, hoezo?

Berberjongens en taalaanleg

Zie ook: http://www.scribd.com/doc/114114573/Berberjongens-en-taalaanleg

BERBERJONGENS EN TAALAANLEG
Welkom op deze blog-site over “Berberjongens”
De auteur van het complete artikel is drs. Job te Pas, kinderpsycholoog. “Berberjongens” is de samenvatting daarvan. De schrijver was ruim 25 jaar werkzaam bij de gemeente Den Haag. Jarenlang deed hij psychodiagnostiek bij 0 tot 5-jarigen voor het VTO-team Haaglanden (Vroegtijdige Onderkenning van Ontwikkelingsstoornissen).

.

Hij was tussen 1979 en 2005 ondermeer hoofdpsycholoog van de afdelingen Geestelijke Gezondheidszorg en Jeugdgezondheidszorg van de Haagse GGD en bij het Haags Centrum voor Onderwijsbegeleiding (HCO). Hoofdtaken: psychodiagnostiek en consultatie ten behoeve van peuters, kleuters, kinderen op basisscholen en op Speciaal Basisonderwijs, op een school voor Praktijkonderwijs en op diverse VMBO-scholen. Derhalve is de problematiek van onder andere Marokkaanse jongens (naast Turkse en Antilliaanse) hem goed bekend.

.

Hij schreef diverse artikelen en werd meermalen gexefnterviewed voor de Nederlandse televisie en radio. En hij wordt als spreker gevraagd over migrantenproblematiek. Wilt U de televisieuitzendingen van KRO-Netwerk uit 2002 bekijken, klikt U dan aan:  KRO-interview(deel1) en KRO-interview(deel 2)

Per 1 april 2005 startte hij zijn eigen psychologisch consultatiebureau:
P S Y C H O S  in Den Haag:  http://bloggers.nl/psycholoogjob/

BERBERJONGENS EN TAALAANLEG

COMPLEET  ARTIKEL:       http://www.scribd.com/doc/114114573/Berberjongens-en-taalaanleg

Samenvatting van de literatuurstudie “Reculer pour mieux sauter”

“Reculer pour mieux sauter” (dat wil zeggen: een nieuwe aanloop nemen om beter te springen) gaat over een grote groep slecht aan de moderne stad aangepaste Berberjongens (in de volksmond ‘Marokkanen’ genoemd). Opvoeding en taalontwikkeling staan centraal als twee belangrijke factoren die volgens de schrijver deze povere aanpassing bepalen.

Alweer decennialang onderschatten de Nederlandse onderwijsbeleidsmakers schromelijk de relatie tussen het taalpotentieel van de mens en haar samenhang met de zogeheten “kritieke periode voor taal” gedurende de eerste twee levensjaren. Het gaat om een biologische wetmatigheid, die wetenschappelijk goed werd vastgesteld.

Als deze baby/peutertijd onvoldoende met taalinteractie wordt gevuld -bij dove kinderen bijvoorbeeld kan dat niet anders- dan blijft de “taalschuur” voor de rest van het leven uiterst klein. Het gaat om een onomkeerbaar proces. Stimulatie daarna brengt weinig verbetering.

Berberjongens worden als baby/peuter nauwelijks actief met taal benaderd en daarna al heel vroeg door de straat opgevoed. Dit geheel in tegenstelling tot Berbermeisjes. Zij worden thuis actief met taal benaderd gedurende deze zo belangrijke jaren. Bovendien hebben meisjes meer aanleg voor taal, waardoor zij dubbel in het voordeel zijn vergeleken met de jongens. Zij zullen de jongens daardoor flink overvleugelen in taalontwikkeling, iets dat vroeg of laat niet zonder gevolgen kan blijven voor de man/vrouwverhouding bij de Berberbevolking.

*************************************************

Zeer veel jongens zullen het daardoor hun leven lang moeten doen met zo’n minimale taalschat -ook in hun Berberdialect- dat zij geen taalachterstand hebben zoals beleidsmakers denken, maar daarentegen een ernstige taalhandicap.

Met als gevolg zwakke abstracte denkvermogens, slecht kunnen plannen, beperkte uitsteltolerantie en onbegrip voor ieder fijnmazig netwerk van sociale normen en waarden, vooral het westerse. Hun ‘streetsmarte’ luidruchtigheid suggereert meer, waardoor zij vaak in een te hooggegrepen onderwijssoort terecht komen met extra onnodig schooluitval als gevolg.

Analyse van het zogenaamde “rappen” van Berber-idolen bijvoorbeeld laat al zien dat het eerder om ritme, geluid en show gaat dan om betekenisvolle taaluitingen. Hoe populair ook. Rijmwoorden werden slechts aan elkaar gelijmd met behulp van een rijmwoordenboek.

Met taalhandicap als beginpunt, gevoelens van gediscrimineerd worden, spijbelen en criminaliteit als eindpunten. Er ligt zo bovendien voorspelbaar een tijdbom onder de man-vrouwverhouding bij de in het Westen wonende Marokkanen.

De (analfabete) moeders van deze jongens lossen deze culturele schande vaak op door analfabete bruiden uit Marokko te importeren. Maatschappelijk verlies van aanzien van haar echtgenoot en haar zoons wordt zo gemaskeerd. En zij vestigt bovendien gemakkelijk haar macht over de aan haar persoon horigheid verschuldigde harem aan schoondochters. Iets dat met Nederlands-Marrokkaanse schoondochters niet licht zou lukken, te vrij te brutaal. Voordelig voor moeder en zoon. Zij de baas over haar schoondochters, de zoon vindt zijn veiligheid tussen diens maatschappelijk eveneens mislukte generatiegenoten in mannencafe en moskee. Hetzelfde speelt bij Turkse jongens van analfabete moeders. Maar ook Hindoestaanse moeders kiezen schoondochters uit voor hun jongens.

*************************************************

*************************************************

In het artikel wordt een middellange-termijn beleid voor 6 tot 20 jarige jongens bepleit, niet langer gericht op maximalisering van de taalverwerving, maar op capaciteiten die wèl aanwezig zijn zoals die voor handwerk en techniek.

Daarentegen zou het beleid voor baby- en peuterjongens juist op ontwikkeling van taal en spel gericht moeten worden, zodat zij van meet af aan een veel betere maatschappelijke uitgangspositie krijgen (‘mieux sauter’).

Voorgesteld wordt gedurende een periode van ongeveer 15 jaar een voorrangsbeleid in te stellen voor verplicht creche- en peuterspeelzaalbezoek voor kleine Marokkaantjes, waarin ouders meeparticiperen bij wijze van leerschool.

Zo leren deze ouders tijdig de taalcapaciteit van hun zonen op te voeren tot voor westelijke samenlevingen noodzakelijk niveau. Als taalniveau en doorgifte daarvan aan de nieuwe generaties voldoende op peil zijn kan het voorrangs-taalbeleid minderen.

Hoewel er veel ontwikkelingsparallelen lopen met Antilliaanse jongens, komen deze in deze studie niet aan de orde.

Het complete artikel, voorzien van een uitgebreide literatuurlijst, kunt u hier vinden: http://www.scribd.com/doc/114114573/Berberjongens-en-taalaanleg

Zolang beleidsmakers blijven denken langs de sectarisch communistisch/socialistische lijnen van ‘maakbaarheid’ ( de kansen-ideologie en het cultuur-relativisme van de anthropoloog Franz Boas, van Pierre Bourdieu, van van Kemenade c.s.) zullen er nog miljarden worden verspild aan levensgeluk van allochtonen, autochtonen en aan belastinggeld.